logoRGOC

Opbouw van de opleiding

De opleiding duurt zes jaar en is als volgt samengesteld: de eerste twee jaar niet-universitair gevolgd door twee jaar universitair. Aan het einde van het vierde jaar is de kern (basis) van de opleiding afgerond. Het vijfde en zesde jaar zijn differentiatie en verdieping, deels universitair en deels niet-universitair.
Korting, verkregen op basis van a(n)ios of wetenschappelijke ervaring, wordt individueel afgestemd. Indien korting van de opleiding wordt gegeven, wordt deze verleend in de eerste jaren van de opleiding.

 

De afgelopen tien jaar is er veel veranderd binnen de medische vervolgopleidingen. Zo kennen we voor de opleiding tot gynaecoloog het curriculum volgens HOOG, Herziening Opleiding Obstetrie en Gynaecologie. Hierin staat de opleiding thematisch en competentiegericht beschreven met toetsmomenten en bekwaamheidsniveaus.
Tot de kerncompetenties behoren: medisch handelen, communicatie, kennis en wetenschap, organisatie, samenwerken, maatschappelijk handelen en professionaliteit.

 

Thema’s/ opleidingsonderdelen

 

Niet-universitair: jaar één en twee, de basis

  • Zwangerschapsbegeleiding (on)gecompliceerd
  • Bevalling (on)gecompliceerd (+ hoog risico)
  • Kraamperiode (on)gecompliceerd
  • Poli benigne gynaecologie
  • (Seksuologie)
  • Voortplantingsgeneeskunde basis
  • OK laag geschat risico

 

Universitair: jaar drie en vier, speciëel

  • Zwangerschapsbegeleiding gecompliceerd
  • Prenatale zorg
  • Preconceptiezorg
  • Bevalling gecompliceerd + hoog risico
  • Kraamperiode gecompliceerd
  • Benigne gynaecologie
  • Urogynaecologie en Bekkenbodem
  • Seksuologie
  • Gynaecologische oncologie basis
  • Voortplantingsgeneeskunde speciëel
  • OK (hoog en) laag geschat risico

 

De thema’s perioperatieve zorg, algemene vaardigheden en wetenschappelijke  vorming lopen door de hele opleiding heen.

 

Niet-universitair en universitair: jaar vijf en zes, differentiëren

  • Zelfstandig leren werken
  • Onderhouden van de kern
  • Ontwikkelen van een aandachtsgebied
  • Rolspecialisatie

 

 

Werkzaamheden (Periodes van de opleidingsonderdelen)

  • Basis, niet-universitair, jaar één en twee
    De aios werkt vanaf het begin zowel op de polikliniek als op het operatiecomplex  (OK), verloskamers (VK) en op de afdeling. In de eerste twee jaar worden ongeveer  tachtig dagdelen polikliniek verloskunde, tachtig dagdelen polikliniek gynaecologie en  tachtig dagdelen OK gedaan. De aios doorloopt dus parallel verschillende thema’s,  met de focus op de basisthema’s en veelal onder strenge supervisie. De aios heeft  een actieve rol in besprekingen.
  • Speciëel, universitair, jaar drie en vier
     In het Erasmus MC wordt met acht stages van elk drie maanden de opleiding  vervolgd. Er vindt aan het begin en aan het eind van elke stage een gesprek plaats  met de stagebegeleider. Hierbij worden de leerdoelen en de haalbaarheid afgestemd.  De te doorlopen thema’s met de daarbij geldende competenties zijn in de  themaonderdelen beschreven.
  • Differentiatie, universitair en niet-universitair, jaar vijf en zes
    Het cluster kent sinds 2003 het zesde jaar als differentiatiejaar. De ervaringen  hiermee zijn zeer positief.
    In aansluiting op de landelijke en maatschappelijke ontwikkelingen bevinden we ons  nu in het stadium naar eerder differentiëren in het vijfde en zesde jaar. Er zijn vijf  differentiatie gebieden, te weten gynaecologische oncologie, urogynaecologie,  perinatologie, voortplantingsgeneeskunde en benigne gynaecologie. Binnen de  verschillende differentiaties wordt aandacht besteed aan de toenemende vraag naar  minimaal invasieve skills. Gemeenschappelijke kenmerken van het differentiëren zijn:  leren superviseren, transitie naar zelfstandigheid, wetenschappelijk onderzoek,  opereren, het leiden van multidisciplinaire besprekingen en het uitvoeren van een  gespecialiseerd polispreekuur. Daarnaast wordt de differentiatie uitgebreid met een  rolspecialisatie voor \\\"de andere\\\" competenties zoals organiseren, maatschappelijk  handelen of samenwerken.

 
Buitenlandstage

Een buitenlandstage kan een verrijking zijn bij de vorming tot gynaecoloog.
Het RGOC ondersteunt de mogelijkheid van een buitenlandstage. Wel wordt er gekeken of de ervaring en kennis niet in de eigen regio kan worden opgedaan en de stage moet aantoonbaar meerwaarde hebben voor de individuele aios.
Het initiatief voor het aanvragen en de uitwerking ervan ligt bij de aios in samenspraak met de universitaire opleider. Binnen het Concilium zijn afspraken gemaakt over de procedure.

 

 

Wetenschap, management en algemene basisvaardigheden

Regelmatig dient een toets van de medische literatuur te worden uitgevoerd, naar aanleiding van een (poli)klinisch probleem of wetenschappelijke vraagstelling, aan de hand van de PICO (Problem, Intervention, Comparison, Outcome) systematiek.
De aios moet vraagstellingen in termen van wetenschappelijk onderzoek kunnen formuleren, literatuuronderzoek kunnen doen en EBM-principes kunnen hanteren.

De aios participeert in het onderwijs aan studenten geneeskunde en verpleging en maakt daarbij gebruik van bronnen die geschikt zijn voor de doelgroepen.

De aios moet kunnen werken in teamverband en in multidisciplinair overleg.
Tijdens zijn opleiding leert de aios verschillende vergadertechnieken en zal enkele vergaderingen voorzitten.

Er wordt van de aios verwacht mee te kunnen denken over ontwikkeling van visie, strategie en beleid met betrekking tot de patiëntenzorg. Er wordt tijdens de opleiding algemene kennis van de gezondheidszorgstructuur, begrippen van financiële structuren en maatschapsverband opgedaan. Onder andere kan door middel van Discipline Overstijgend Onderwijs (DOO) inzicht worden verkregen in de volgende onderwerpen:

  • Budgettering en marktgerichte zorg
  • Participeren in (maatschap-)management
  • Efficiënt zorg leveren, organisatie multidisciplinaire zorg
  • Deelname aan een multicenter onderzoek organiseren
  • Maatschappelijk handelen
  • Toepassen wetten met betrekking tot medisch handelen als WGBO
  • Preventie, riskmanagement
  • Omgaan met fouten
  • Opkomen voor de patiënt (‘advocaat’), in arts-patiëntrelatie en in breder perspectief

 

\\\"Het RGOC probeert echt een opleiding op maat te creëren. Zo wilde ik heel graag onderzoek doen naast mijn opleiding. Samen hebben we naar het schema gekeken en door enkele aanpassingen heb ik nu mijn eigen onderzoeksdag gekregen waar ik ontzettend blij mee ben.\\\"

 

 

Professionaliteit

De aios toont empathie voor de patiënt en leert omgaan met eigen gevoelens.
Hij/zij is zelf verantwoordelijk, in samenspraak met de opleider, voor de kennis en het onderhouden van vaardigheden. Hij/zij evalueert zijn eigen behandelresultaten. Hij/zij leert omgaan met klachten, neemt verantwoordelijkheid en toont flexibiliteit.

 

Meer informatie over de opleiding vind je in het Regionaal Opleidingsplan, klik hier,

of in het Lokaal Opleidingsplan, klik hier.

Voor het Lokaal Opleidingsplan van het Reinier de Graaf ziekenhuis, klik hier.  

Sociale activiteiten

Vanuit het Erasmus MC wordt er jaarlijks voor alle a(n)ios van het cluster een wintersportweekend samen met stafleden en verloskundigen georganiseerd. Onder het genot van de nodige sneeuwpret wordt op een sportieve manier aan de teambuilding gewerkt.

  Sociale Activiteiten

 

Bewaken van de voortgang van de aios

De aios houdt gedurende de gehele opleiding een portfolio bij. Dit elektronische portfolio (e-pass) is eigendom van de aios en een dynamisch instrument waarmee de voortgang van de opleiding bewaakt kan worden.
Over wat een portfolio precies is en hoe het gebruikt moet worden, wordt in het eerste jaar van de opleiding een training vanuit het RGOC aangeboden. Deze training en de kosten van het abonnement van de e-pass worden vergoed vanuit het Opleidingsfonds.
Aan de hand van het portfolio en met het door de aios opgestelde persoonlijk ontwikkelplan (POP) vinden de voortgangsgesprekken plaats.
In het eerste jaar is dit elke drie maanden, daarna halfjaarlijks tot aan het einde van de opleiding.
Om een goede overgang van niet-universitair naar universitair en vice versa te garanderen en ter beoordeling of de ijkpunten zijn gehaald, zijn er een aantal momenten gedefinieerd waarop er een “trio” gesprek plaatsvindt tussen aios, de universitaire en de niet-universitaire opleider: aan het einde van het tweede, vierde en vijfde jaar.
Jaarlijks vindt er conform het Kaderbesluit een formeel beoordelingsgesprek plaats met de opleider, wordt het B-formulier ingevuld en wordt beoordeeld of de opleiding voortgezet kan worden.

 

Toetsing van de aios

Met de verkregen kennis en vaardigheden van de ABCDE training en Saver cursus, die in het eerste jaar worden gevolgd, kan elke aios de eerste acute (obstetrische) zorg verlenen.
In het eerste jaar wordt een echo examen obstetrie afgenomen en in het tweede jaar een echo examen gynaecologie.
Voor aanvang van de laparoscopie op het operatiecomplex heeft de aios het eerste niveau van de in vitro training (Simendo) gehaald. Het Skills lab van het Erasmus MC staat ter beschikking voor elke aios van het RGOC. Elke kliniek heeft een Simendo oefenbox waarmee de aios zich de laparoscopische vaardigheden eigen kan maken. De Rotterdamse laparoscopie cursus is verplicht in het eerste jaar, alvorens te starten met minimaal invasieve technieken op de OK.
Jaarlijks vindt er van de individuele aios een beoordeling plaats door de leden van de opleidingsgroep. Verder neemt elke aios jaarlijks verplicht deel aan de landelijke voortgangstoets.

Docentprofessionalisering en toetsing

Per ziekenhuis beoordeelt de aios jaarlijks de didactische kwaliteiten van de leden van de opleidingsgroep (SetQ) en het opleidingsklimaat (D-rect).
Het is de bedoeling om in 2013 in het RGOC de resultaten van deze toetsing te bespreken en hierop feedback te geven en te krijgen (intercollegiale toetsing).
Van elk staflid wordt verwacht dat hij/zij de basisprincipes van de \\\"Teach the Teachers\\\" training beheerst en toepast.

 

Mentoraat RGOC

De a(n)ios hebben gedurende hun opleiding een staflid als mentor met wie de a(n)ios ervaringen kan delen. Deze mentor wordt door de a(n)ios uitgekozen. De mentor is een persoon die bereid is een steunende en adviserende rol op zich te nemen voor een specifieke a(n)ios. De mentor kan zo nodig adviseren en als klankbord dienen.

De verantwoordelijkheden van de mentor

  • Benadert de a(n)ios met respect
  • Gedraagt zich professioneel en ethisch
  • Houdt rekening met cultuur, sekse, religie en etnische verschillen
  • Het aantal mensen waarvoor hij/zij mentor is maximaal twee
  • Bevordert de belangen van de a(n)ios
  • Signaleert tekenen van stress en maakt deze bespreekbaar
  • Faciliteert netwerken op vergaderingen, congressen etc.
  • Geeft advies over carrièreplanning en begeleidt de a(n)ios naar sollicitaties
  • Spreekt regelmatig af met de a(n)ios

De verantwoordelijkheden van de a(n)ios

  • Neemt het initiatief om regelmatig af te spreken
  • Neemt verantwoordelijkheid om zijn/haar eigen carrière richting te geven
  • Is eigenaar van zijn/haar eigen opleiding

Het is bekend dat een goede mentorrelatie meer tevredenheid geeft bij de a(n)ios wat betreft voorbereiding op een carrière, plezier in het werk en een grotere kans dat iemand wetenschappelijk actief is en blijft. In het RGOC kan de mentor mogelijk een rol spelen bij de keuze voor een aandachtsgebied, bij vragen over werk-thuis balans en timemanagement. Verder kan de a(n)ios aangeven dat de aanwezigheid van de mentor gewenst is tijdens een voortgangsgesprek met de opleider. Inspanning van zowel de mentor als de a(n)ios is essentieel voor een geslaagde mentorrelatie.

Tips voor een goede mentorrelatie

  • Plan dertig minuten voor de eerste bijeenkomst
  • Stuur voorafgaand aan het gesprek je CV op
  • Leer elkaar kennen (achtergrond, interesses, hobby’s)
  • Bespreek hoe je elkaar het makkelijkst kunt bereiken en op welk tijdstip
  • Spreek wederzijdse verwachtingen uit
  • Identificeer korte- en lange termijn doelen van de a(n)ios
  • Spreek drie dingen af waar je samen aan gaat werken

Mentor en opleider kunnen voor een deel overlappen, omdat ook juist de opleider een rol speelt in het formuleren van leerdoelen en het coachen van a(n)ios richting de eindtermen en de volgende stap in hun carrière. Een essentieel verschil is echter dat de mentor nooit betrokken is bij de formele beoordeling van een a(n)ios. Hierdoor blijft de mentorrelatie veilig.

In conflictsituaties kan de mentor fungeren als mediator, ook wanneer het conflict betrekking heeft op de opleiding. In voorgenoemde situaties blijft de a(n)ios probleemeigenaar. De opleider blijft primair aansprakelijk en verantwoordelijk voor de opleiding van de desbetreffende a(n)ios.

Indien er sprake is van psychische decompensatie of burn-out dan is de mentor behulpzaam in het zoeken naar een gerichte oplossing zoals een professionele coach of psycholoog.

Het mentorschap wordt in principe aangegaan voor de duur van de hele opleiding. De a(n)ios vraagt binnen drie maanden na aanvang van de functie een staflid gynaecoloog voor het mentoraat. Er wordt geadviseerd om voor het perifere deel van de opleiding lokaal ook een mentor te zoeken. Bij problemen moet de a(n)ios op beide mentoren kunnen terugvallen, ook al is hij/zij op dat moment niet verbonden aan dezelfde instelling als de mentor.

Nieuws

Agenda

  • Cursus stuitligging en schouderdystocie 9 maart 2019
  • Gynaecongres 16 en 17 mei 2019
  • Operatieve verloskunde 4 oktober 2019

 

Totale agenda

Vacatures

Volgende

AIOS selectieronde

4 februari 2019

Lees meer

 

 

 

© 2012 Rotterdamse Gynaecologen Opleidings Cluster. Alle rechten voorbehouden.

Samenwerkingsverband tussen:
Amphia Breda
Albert Schweitzer Dordrecht
Erasmus MC Rotterdam
Ikazia Rotterdam
Maasstad Rotterdam
Reinier de Graaf Delft
St Franciscus Rotterdam

Disclaimer | Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Fotografie: Jan Dulfer
Website gemaakt door Easy-Changer.Com